Artrose van rug, nek, heup, knie en andere gewrichten

Artrose is een veelvoorkomende aandoening waarbij de kwaliteit van het kraakbeen in een gewricht geleidelijk achteruitgaat. Het kan in principe in elk gewricht voorkomen, zoals in de rug, nek, heup, knie, voet, schouder, duim of zelfs in de kleine vingergewrichten en het kaakgewricht. Sommige gewrichten, zoals de lage rug en de knieën, zijn gevoeliger voor artrose omdat ze dagelijks grote belastingen te verwerken krijgen.

Bij artrose spreken mensen vaak over “slijtage” of “degeneratie”. Het kraakbeen dat normaal gezien de botoppervlakken beschermt en voor soepele bewegingen zorgt, wordt dunner en verliest zijn veerkracht. Ook de gewrichtsvloeistof, die werkt als smeermiddel, kan van samenstelling veranderen. Hierdoor vermindert de schokdempende functie van het gewricht en kan het bot reageren door nieuw botweefsel aan te maken. Dit uit zich soms in zogenaamde osteofyten of “papegaaienbekken”, die zichtbaar zijn op röntgenfoto’s.

Klachten bij artrose

Typische klachten die mensen ervaren zijn pijn, ochtendstijfheid, startpijn (bij het opstaan of na een periode van rust), stramheid, een krakend of klikkend gevoel bij bewegingen (crepitus) en soms een ontstekingsreactie. Toch is het belangrijk om te benadrukken dat artrose niet altijd pijn hoeft te veroorzaken. Veel mensen hebben duidelijke tekenen van artrose op foto’s, terwijl ze in het dagelijks leven nauwelijks klachten ervaren.

Oorzaken en beïnvloedende factoren

Artrose kan ontstaan door normale veroudering, maar ook door:

  • een verstoorde gewrichtsfunctie of spierspanning,
  • vroegere blessures zoals verstuikingen of valpartijen,
  • littekenvorming na trauma,
  • erfelijke aanleg of andere onbekende factoren.

Wanneer het gewricht minder goed beweegt, wordt de toevoer van voedingsstoffen naar het kraakbeen bemoeilijkt. Het kraakbeen kan daardoor geleidelijk afbrokkelen zonder dat dit aanvankelijk pijn geeft. Pas in latere fases kan dit leiden tot hinder of pijnklachten.

Behandeling en aanpak

Een chiropractor kan via specifieke mobilisatie- en manipulatieve technieken de beweeglijkheid van het gewricht verbeteren. Hierdoor kan de belasting beter verdeeld worden en kan het artrotische proces mogelijk afgeremd worden. Veel patiënten ervaren door deze aanpak een vermindering van pijn, stijfheid en functionele beperkingen.

In de meeste gevallen kan men met goede zorg en begeleiding het functioneren van het gewricht verbeteren en de klachten beheersen. Enkel bij zeer vergevorderde artrose, waarbij bijna al het kraakbeen verdwenen is en het bot beschadigd raakt, kan een operatie of prothese soms de enige oplossing zijn.

Conclusie

Artrose betekent niet automatisch dat u pijn moet hebben of dat uw bewegingsmogelijkheden volledig beperkt zullen zijn. Velen leven zonder grote hinder met artrose, zeker als de gewrichten soepel gehouden worden en er aandacht is voor beweging, juiste belasting en eventuele ondersteunende therapie.

Extra:  lees ook deze blog over artrose.