Heb je pijn aan de buitenkant van je heup? Dan is de kans groot dat je ooit hebt gehoord dat je een slijmbeursontsteking hebt.
In België wordt pijn aan de zijkant van de heup namelijk nog vaak omschreven als een trochanterbursitis of slijmbeursontsteking.
Maar dat is niet noodzakelijk het volledige verhaal.
Bij veel mensen speelt niet alleen de slijmbeurs een rol, maar zijn ook de pezen van de bilspieren, voornamelijk de gluteus medius en gluteus minimus, betrokken. Dit wordt gluteale tendinopathie genoemd.
En dat verschil is belangrijk, want het kan ook bepalen hoe je de klacht het best benadert.
Wat is gluteale tendinopathie?
De gluteus medius en gluteus minimus zijn belangrijke spieren rond de heup. Hun pezen hechten aan op de buitenzijde van het bovenbeen, ter hoogte van de trochanter major.
Wanneer deze pezen langdurig te veel belast worden, kunnen ze gevoelig en minder belastbaar worden. Dat noemen we gluteale tendinopathie.
Typische klachten zijn:
- pijn aan de buitenzijde van de heup
- pijn wanneer je op de pijnlijke zijde ligt
- pijn bij traplopen
- pijn tijdens wandelen of hardlopen
- pijn bij opstaan uit een stoel
- gevoeligheid wanneer je op de zijkant van de heup duwt
De pijn kan soms behoorlijk hevig zijn en vooral ’s nachts voor problemen zorgen.
Is het dan toch een slijmbeursontsteking?
Niet noodzakelijk.
Rond de grote trochanter bevinden zich verschillende slijmbeurzen die ervoor zorgen dat spieren en pezen soepel langs elkaar kunnen bewegen.
Wanneer iemand pijn voelt op deze plaats, werd vroeger vaak aangenomen dat een ontstoken slijmbeurs de oorzaak was. Vandaar de term trochanterbursitis.
Maar moderne beeldvorming en onderzoek hebben laten zien dat het verhaal complexer is.
Bij mensen met laterale heuppijn kunnen er bijvoorbeeld veranderingen aanwezig zijn in de gluteale pezen, terwijl de slijmbeurs helemaal niet ontstoken hoeft te zijn.
Daarom wordt tegenwoordig ook vaak gesproken over Greater Trochanteric Pain Syndrome (GTPS): een verzamelnaam voor pijn rond de grote trochanter, waarbij verschillende structuren betrokken kunnen zijn.
Een diagnose als “slijmbeursontsteking” vertelt ons dus waar de pijn zich bevindt, maar niet noodzakelijk waarom iemand die pijn heeft.

Hoe ontstaat gluteale tendinopathie?
Een pees raakt meestal niet zomaar overbelast door één verkeerde beweging.
Vaak gaat het om een combinatie van belasting, belastbaarheid en mechanische factoren.
Bijvoorbeeld wanneer iemand plots meer gaat wandelen, lopen of sporten. Maar ook langdurige belasting kan een rol spelen.
Een belangrijk voorbeeld is compressie van de gluteale pezen.
Wanneer je op één been staat, je heup naar de zijkant wegzakt of je langere tijd op één zijde ligt, kunnen de pezen rond de trochanter extra belast of gecomprimeerd worden.
Ook veranderingen in:
- heupfunctie
- kracht en coördinatie
- loop- of bewegingspatroon
- enkel- en voetfunctie
- trainingsbelasting
- eerdere blessures
kunnen invloed hebben op hoeveel belasting de pezen uiteindelijk moeten verwerken.
Dat betekent niet dat er altijd één “verkeerd” gewricht of één spier als oorzaak aangewezen kan worden.
Het lichaam werkt nu eenmaal niet als een verzameling afzonderlijke onderdelen.
Maar moet je dan je bilspieren niet versterken?
Vaak wel.
En hier ontstaat soms een misverstand.
Het feit dat gluteale tendinopathie niet simpelweg een “zwakke bilspier” is, betekent niet dat krachttraining nutteloos is.
Integendeel.
Geleidelijk opgebouwde kracht- en belastbaarheidstraining vormt een belangrijk onderdeel van de behandeling van veel mensen met gluteale tendinopathie.
Maar meer trainen is niet automatisch beter.
Een geïrriteerde pees kan bijvoorbeeld slecht reageren op een plotselinge verhoging van de trainingsbelasting. Ook bepaalde oefeningen of houdingen kunnen in een bepaalde fase van het herstel meer compressie op de pees veroorzaken.
De uitdaging is daarom niet simpelweg:
“Hoe maak ik deze bilspier sterker?”
maar eerder:
“Welke belasting kan deze pees momenteel verdragen en hoe bouwen we die belastbaarheid opnieuw op?”
Moeten we dan op zoek naar een probleem in de voet of rug?
Soms kan dat relevant zijn.
Maar ook hier is nuance belangrijk.
Het is verleidelijk om bij iedere klacht een “verborgen oorzaak” elders in het lichaam te zoeken. In werkelijkheid is er zelden één structuur die alles verklaart.
De manier waarop iemand beweegt, hoeveel iemand beweegt, eerdere blessures, spierkracht, gewrichtsfunctie, trainingsbelasting en herstel spelen allemaal een mogelijke rol.
Daarom kan een goede beoordeling verder gaan dan alleen de pijnlijke plek.
Bijvoorbeeld:
- Hoe beweegt de heup?
- Hoe belast iemand één been?
- Hoe ziet het looppatroon eruit?
- Hoeveel wordt er momenteel gesport?
- Is de trainingsbelasting recent veranderd?
- Hoe sterk en belastbaar zijn de heupspieren?
- Hoe reageert de klacht op verschillende bewegingen en belastingen?
- Zijn er factoren vanuit de voet, knie, rug of enkel die relevant zijn?
Niet om koste wat kost een “probleem elders” te vinden, maar om te begrijpen welke factoren bij deze persoon de klachten kunnen onderhouden.

En wat met een injectie?
Een corticosteroïdinjectie kan bij sommige mensen een tijdelijke vermindering van de pijn geven.
Maar pijnvermindering betekent niet automatisch dat de belastbaarheid van de pees is hersteld.
Daarom is het belangrijk om ook te kijken naar de factoren die de pees blijven belasten en vervolgens de belastbaarheid geleidelijk op te bouwen.
Een injectie kan in bepaalde situaties een plaats hebben, maar is niet noodzakelijk een oplossing voor het volledige probleem.
Heb je dan een scan nodig?
Niet altijd.
Gluteale peesveranderingen kunnen op een echo of MRI zichtbaar zijn, maar afwijkingen op beeldvorming betekenen niet automatisch dat ze de oorzaak van de pijn zijn.
Ook mensen zonder klachten kunnen veranderingen aan pezen vertonen.
Daarom blijft het verhaal van de patiënt, het klinisch onderzoek en de reactie op belasting erg belangrijk.
Een scan kan nuttig zijn wanneer de diagnose onduidelijk is, wanneer klachten niet verbeteren of wanneer er redenen zijn om andere oorzaken uit te sluiten.
Wat kun je zelf doen?
Bij een geïrriteerde gluteale pees is volledige rust meestal niet de beste langetermijnstrategie.
Het doel is eerder om de belasting tijdelijk aan te passen en vervolgens stapsgewijs opnieuw op te bouwen.
Een aantal algemene principes:
1. Kijk naar de totale belasting
Denk niet alleen aan sport. Ook wandelen, trappen, lang rechtstaan en slapen op de pijnlijke zijde kunnen bijdragen aan de totale belasting.
2. Vermijd voorlopig bewegingen die de pijn duidelijk provoceren
Dat betekent niet dat je iedere beweging moet vermijden. Het gaat om het vinden van een belastingniveau dat de pees kan verdragen.
3. Bouw kracht geleidelijk op
Gerichte oefeningen voor de heupspieren kunnen helpen om de belastbaarheid opnieuw te verhogen.
4. Kijk naar het volledige bewegingspatroon
Niet omdat de oorzaak altijd in de rug, knie of voet ligt, maar omdat deze structuren samen functioneren tijdens bijvoorbeeld wandelen, lopen en traplopen.
5. Heb geduld
Pezen reageren vaak trager dan spieren. Verbetering kan weken tot maanden duren.
De belangrijkste boodschap
Pijn aan de buitenzijde van de heup wordt in België nog vaak omschreven als een slijmbeursontsteking.
Maar een pijnlijke slijmbeurs is niet noodzakelijk de oorzaak.
Bij veel mensen spelen de gluteale pezen een belangrijke rol en spreken we eerder van gluteale tendinopathie of Greater Trochanteric Pain Syndrome.
Dat betekent ook niet dat iedere patiënt met laterale heuppijn dezelfde behandeling nodig heeft.
De juiste vraag is daarom niet alleen:
“Waar doet het pijn?”
maar ook:
“Welke structuren zijn mogelijk betrokken, hoeveel belasting krijgen ze momenteel en waarom is die belasting voor deze persoon problematisch geworden?”
Een goede aanpak bestaat dan ook niet uit één magische oefening, manipulatie of behandeling.
Het gaat om een combinatie van een goede klinische beoordeling, het begrijpen van de belasting en belastbaarheid, en een geleidelijke opbouw naar wat iemand opnieuw wil kunnen doen.
Heb je al maanden pijn aan de buitenkant van je heup en blijft de klacht terugkomen? Dan kan het interessant zijn om verder te kijken dan alleen de diagnose “slijmbeursontsteking”.

