Gonartrose (knieartrose)
De knie is een scharniergewricht dat gevormd wordt door vier botstukken: het dijbeen (femur), het scheenbeen (tibia), de knieschijf (patella) en het kuitbeen (fibula). De uiteinden van deze botten zijn bekleed met een laag glad kraakbeen, dat ervoor zorgt dat de gewrichtsoppervlakken soepel over elkaar glijden en schokken worden opgevangen.
Wanneer dit kraakbeen beschadigd of dunner wordt, spreekt men van kraakbeenslijtage of artrose. In de knie wordt dit specifiek aangeduid als gonartrose.

Oorzaken
Kraakbeenslijtage in de knie kan verschillende oorzaken hebben:
- Ongeval of botbreuk: een fractuur die doorloopt in het kraakbeen kan blijvende schade veroorzaken.
- Verwijdering van de meniscus: wanneer een meniscus volledig wordt weggehaald, ontwikkelen sommige van de patiënten binnen tien jaar slijtage in het betrokken deel van de knie.
- Infectie: een doorgemaakte infectie in het kniegewricht kan het kraakbeen aantasten.
- Kniebandletsel: bij een gescheurde knieband kan de stabiliteit veranderen, waardoor extra belasting en slijtage ontstaan.
Daarnaast kunnen overbelasting, overgewicht en erfelijke aanleg bijdragen aan het ontstaan en het verloop van gonartrose.
Symptomen
De klachten bij gonartrose ontstaan niet door het kraakbeen zelf – dit bevat namelijk geen zenuwen – maar doordat kleine losse kraakbeenstukjes in het gewricht terechtkomen. Wanneer deze in het gewrichtskapsel vastlopen, veroorzaken ze irritatie of een ontstekingsreactie.
Typische symptomen zijn:
- Pijn: in het begin vooral enkele uren na inspanning, later ook tijdens activiteiten.
- Startpijn: pijn en stijfheid vooral ’s morgens of na rust; na enkele minuten bewegen verminderen de klachten.
- Crepitus: een knarsend of schurend gevoel bij bewegen.
- Stijfheid en bewegingsbeperking: vooral in een verder gevorderd stadium.
- Zwelling of warmte: door ontstekingsreacties in het gewricht.
Verloop
In het beginstadium zijn de klachten vaak wisselend aanwezig, maar naarmate de slijtage vordert, worden pijn en stijfheid constanter. Uiteindelijk kan dit leiden tot een aanzienlijke beperking in het dagelijks functioneren.

